Geachte meneer Van Quickenborne,
Ik wéét dat u het type bent dat zichzelf al eens googlet. Daarom weet ik zeker dat u dit artikel zal vinden. Ik maak het u gemakkelijk: ik heb het zelfs op twitter gezet.
Als sympathieke spring-in’t-veld die zijn brood probeert te verdienen met tekeningen en animatiefilmpjes te maken, heb ik zicht op het artiestenstatuut en de administratieve rompslomp dat dat met zich meebrengt. Ik heb recht op een uitkering voor de dagen dat ik niet werk sinds mei. Ik deel mijn avonturen graag met u, staatssecretaris voor ondernemen en vereenvoudiging.
Op papier lijkt het simpel. Je schrijft je in bij een facturatiebureau (in mijn geval Smart, maar ook Payroll & T-heater bieden deze diensten aan). Zij sturen facturen naar je klanten. Ik vink op hun site aan welke dagen ik aan welke projecten werk. Smart betaalt me uit en zij krijgen daarvoor een percentje van mijn opbrengst. Een uitzendkantoor waar je je eigen werk meebrengt én je tarieven bepaalt. Handig voor startende artiesten die willen werken in plaats van businessplans opstellen en bedrijven leiden.
De eerste negen maanden na je afstuderen werkt dat systeem perfect. Op een paar uitnodigingen van de VDAB na word je met rust gelaten. Je bent in wachttijd en heb je geen recht op uitkeringen en dus geen last van de bijbehorende papierwinkel. Maar na negen maanden begint de miserie.
Ten eerste vind ik het gek dat ik récht heb op een uitkering. Ik maak tekeningen en verdien daarmee mijn brood. Dat is een onzeker bestaan, maar ook een keuze. Ik verdien ook niet zo héél erg weinig. Toch is het handiger om in het systeem van uitkeringen te stappen. Dan pas ik in een vakje. Niet zelfstandig worden én geen uitkering aanvragen, dat snapt de mutualiteit dan weer niet. Officieel heb ik dus nog steeds het statuut van ‘werkloze’. Interimarbeid is blijkbaar geen arbeid.
Na het invullen van C1, bijlage C1 artiest, op visite bij de VDAB & de HVW mag je beginnen met het invullen van de ‘controlekaart-C3A’. Die lijdensweg heb ik twee keer mogen doorlopen omdat mijn domicilie-adres momenteel nog niet gelijk is aan mijn verblijfplaats. Blijkbaar is het niet zo simpel om mijn aanvraag gewoon door te sturen naar het juiste kantoor. Dat hadden ze wel even op voorhand mogen zeggen. De sfeer in die kantoren is alvast niet stimulerend voor de creativiteitsdrang.
Blijkbaar zijn er ook verschillen tussen Brussel en Antwerpen. In Brussel was alles in orde, maar in Antwerpen werden de C4-formulieren van op de Smart-website ‘niet als originelen’ beschouwd door HVW omdat er geen handtekening van de werkgever opstaat. Even navragen bij Smart leert dat hieromtrent een nota in voegen is van de RVA (uit 1999!) waarin wordt uitgelegd dat deze C4-formulieren wél mogen worden aanvaard. Zelfs intern draait de papiermolen niet zo vlot als de molenaar op het oog heeft. Mijn dossier kwam echter in orde voor de vooropgestelde datum en zo werd alles opgestuurd voor de 13de augustus naar de RVA. Hoera!
Op 23 augustus kreeg ik een nieuwe brief van de hulpkas. Dat mijn dossier geweigerd werd wegens het ontbreken van een C1-partner. Ik woon niet eens officieel samen met mijn (pas afgestudeerde en toen nog werkloze) vriendin. Tot 3 december krijgen haar ouders nog kindergeld voor haar en levert het mij dus niks op. Een telefoon naar de hulpkas maakte ons niets wijzer. Het beste was dat ik de formulieren ‘zo juist mogelijk ingevuld’ terugstuurde. Ik vul het formulier braafjes (in drievoud!) in en stuur het terug naar de hulpkas.
Ondertussen vul ik als sinds mei braaf mijn C3A in. De bekende blauwe werkloosheidskaart. Er wordt van mij verwacht dat ik de kaart invul en ze maandelijks opstuur met (originele) C4-documenten en (kopieën) van mijn contracten. Smart werkt met een handig systeem waar ik elke dag dat ik werk kan aanvinken. Ik veronderstel dat dat bij andere kantoren net zo gaat.
Begin oktober kreeg ik een brief die er alarmerend uitzag. De eerste zin luidde immers: ‘Ik heb beslist om u niet toe te laten tot het recht op wachtuitkeringen vanaf 21.05.2010;’. De volgende zin is al heel wat geruststellender. Die leert mij dat mijn wachtuitkering pas 8 dagen later ingaat omdat ik vakantiejob heb gedaan deze zomer. De brief telt drie bladzijden die mij proberen uit te leggen waarom en is onbegrijpelijk voor iemand met een masterdiploma. Na een kwartier besefte ik dat er niets aan de hand was. Op 18 oktober ontving ik mijn eerste wachtuitkering.
Volgens mij kan het simpeler. Bij je inschrijving bij de HVW zou ik graag kunnen kiezen of ik mijn C3A-kaart ‘op papier’ dan wel ‘digitaal’ invul. Als ik ervoor kies om dit digitaal te doen zou ik graag de toestemming kunnen geven om de database van Smart aan de database van HVW te koppelen. Hierdoor staan de dagen die ik via Smart gewerkt heb alvast ingevuld. Dagen die ik met ‘eenmalige artistieke prestatie’ (en dus in eigen beheer) presteer, kan ik dan nog handmatig aan vinken.
Dit heeft heel wat voordelen. Het werk van de mensen die bij de HVW bepalen hoeveel ik deze maand krijg, vergemakkelijkt enorm. Alles zit al in computers. De kans op fouten wordt veel kleiner en de controle wordt veel makkelijker. Letterlijk 99% van de gepresteerde dagen zou op die manier automatisch aangevinkt staan.
Ik snap best dat het zinloos is om zo’n hele informaticawinkel op te zetten voor een paar gekke artiesten alleen. Ik ga er echter van uit dat de meeste uitzendkrachten die recht hebben op hun uitkering met dit probleem kampen.
Op het moment van schrijven zijn we 27 oktober 2010. Ik diende mijn eerste aanvraag in in mei en ik heb verleden week mijn eerste centen ontvangen. Gelukkig heb ik geen drie schoolgaande kinderen te voederen.
Als u meer wil weten, nodig ik mijzelf graag uit op uw kabinet. Ik drink mijn koffie zwart.
Hartelijke groeten,
Willem Pirquin
ps: Mijn vriendin heeft ondertussen deeltijds werk gevonden. Ik zoek nog naar een gepaste procedure om dat te laten weten aan de bevoegde instanties.
pps: U bent Vincent Van Quickenborne niet en hebt dit artikel toch tot het einde doorgelezen? Sorry voor uw tijd en hopelijk heeft u er wat aan.